Faculteitsraad Geesteswetenschappen

Nieuws

Advies FR aan FB over Transitieplan

Aan de leden van het faculteitsbestuur

Onderwerp: Adviesnota van de FR aan het FB over het Transitieplan GW

Korte samenvatting:
In deze nota geeft de Faculteitsraad advies over het Transitieplan, dat op 28 oktober 2024 aan de facultaire gemeenschap is voorgelegd. De Faculteitsraad beschikt over formele advies- en instemmingsrechten met betrekking tot specifieke onderdelen van het Transitieplan; dit ongevraagde advies dient als aanvulling hierop.

De nota biedt een korte terugblik op het tot dusver doorlopen proces en formuleert aanbevelingen voor de vervolgstappen in de verdere uitwerking en implementatie van het Transitieplan. Hierbij wordt aandacht besteed aan de financiële uitgangspunten van het plan, de voorgestelde onderwijskundige veranderingen, alsmede het proces van en de communicatie rondom het Transitieplan. De Faculteitsraad benadrukt onder meer de noodzaak van een solide financiële onderbouwing van de geplande vervolgstappen en pleit voor realistische termijnen voor de diverse onderdelen van het plan.

Namens de Faculteitsraad,

Toine Minnaert (voorzitter PG) en Matthijs Brinkhuis (voorzitter SG)

Utrecht, 22 januari 2025


Advies van de FR aan het FB over het Transitieplan GW

Inleiding
Op 25 oktober 2024 heeft de Faculteitsraad (FR) tijdens een vertrouwelijke bijeenkomst een mondelinge presentatie gekregen over het Transitieplan, en op 28 oktober is het plan verspreid onder de facultaire gemeenschap. De FR heeft zich heel kritisch en actief opgesteld in de bespreking van het Transitieplan. Op 18 november en 2 december 2024 heeft de raad tijdens twee op zijn verzoek ingelaste openbare raadsvergaderingen een groot aantal vragen aan het FB gesteld over het plan. Ook is juridisch advies ingewonnen over de formele governance van de FR ten aanzien van het Transitieplan bij zowel de afdeling Juridische zaken (JZ) van de UU als bij de afdeling JZ van de vakbond FNV. Uit de beide adviezen die de FR ontving maakt de raad op dat hij adviesrecht heeft op het Transitieplan.
Sinds het uitbrengen zijn er flinke ontwikkelingen geweest in de nadere uitwerking van het Transitieplan. Het FB heeft op 9 december 2024 een bericht gestuurd aan de facultaire gemeenschap, waarin enkele van deze veranderingen werden toegelicht, en waaruit duidelijk werd dat de departementale besturen zich achter deze aangepaste plannen schaarden. Deze ontwikkeling heeft de FR wat meer vertrouwen gegeven dat er een breder gedragen veranderingsproces wordt ingezet.
Het huidige advies betreft de uitgangspunten voor de onderwijskundige hervormingen en de financiële uitgangspunten. Deze onderwerpen zijn ook uitgebreid aan de orde gekomen tijdens de drie raadvergaderingen in november en december. Gezien het hoge tempo van de ontwikkelingen binnen de faculteit, de wezenlijke onderwijskundige aanpassingen die zijn aangekondigd en de (mogelijke) consequenties voor het personeel, is de FR voornemens om tijdens het transitieproces geregeld korte adviezen uit te brengen. Hiermee neemt de FR een uitzonderlijke proactieve rol in het proces dat past bij deze uitzonderlijke ontwikkelingen.
In dit eerste advies staan het proces in de aanloop naar het Transitieplan en de uitgangspunten van het plan centraal. Onze kernpunten zijn de volgende:
• Hoewel het financieel toekomstbestendig maken van de faculteit als belangrijkste drijfveer voor de transitie wordt aangedragen, is de financiële onderbouwing ervan in de ogen van de FR onvoldoende uitgewerkt. Bij vervolgstappen die worden gezet in de vormgeving en implementatie van het Transitieplan dient een solide financiële onderbouwing gegeven te worden, waarin wordt uitgelicht welke motivaties aan de beslissingen ten grondslag liggen en wat deze beslissingen concreet zullen betekenen voor de begroting van de faculteit.
• Het tempo waarin de nadere uitwerking van het Transitieplan gestalte dient te krijgen ligt naar de mening van de FR zeer hoog, met een groot risico op haastwerk en onzorgvuldige besluitvorming. Dit geldt met name voor de onderwijskundige vernieuwing c.q. het creëren van gezamenlijk cursusaanbod, maar ook voor het sluiten van zes opleidingen. De FR dringt aan op realistische deadlines voor de diverse stappen, en de optie tot temporisering van het proces indien nodig.
Hieronder zullen we bovenstaande adviezen nader toelichten aan de hand van drie categorieën: financiële uitgangspunten, onderwijskundige veranderingen en proces en communicatie.
Financiële uitgangspunten
De bekostigingssystematiek van opleidingen in Nederland – door het FB nader toegelicht in een toelichting op het Transitieplan die op 12 november 2024 aan de FR is verstuurd – ligt aan de basis van het besluit om enkel opleidingen met 25 of meer ingeschreven studenten in het BA-portfolio te handhaven. Dit uitgangspunt heeft als direct gevolg dat voor zes opleidingen (Duits, Frans, Italiaans, Keltisch, Religiewetenschappen, Islam & Arabisch) al in april 2025 een URO-aanvraag tot sluiting van de opleiding wordt ingediend bij het CvB. Volgens het FB zijn deze opleidingen te duur, omdat de inkomsten uit collegegelden en diploma’s te laag zijn in verhouding tot de kosten van de opleiding.
Ten aanzien van dit uitgangspunt leven bij de FR een drietal zorgen. Een eerste zorg betreft de constatering dat als gevolg van deze vrij basale financiële redenering opleidingen sluiten die uniek zijn in Nederland – en in het geval van de opleiding Keltisch zelfs binnen de Benelux. Het is voor de FR met name lastig te begrijpen dat het aankondigen van de sluiting van de opleidingen op financiële argumenten is gestoeld, maar dat een meer gedetailleerde financiële uitwerking (bijvoorbeeld met informatie over externe onderzoeksmiddelen) vervolgens niet aan de FR kan worden verstrekt. We begrijpen dat dit complexe materie is, maar juist omdat het besluit louter op financiële gronden genomen lijkt te worden is het zaak om hierin voor alle betrokkenen helderheid te verschaffen en een beter beeld te hebben van de inkomsten en uitgaven van de opleidingen. Los hiervan breekt het enkel naar financiële argumenten kijken drastisch met de wijze waarop opleidingen binnen de Geesteswetenschappen in Utrecht (en ook elders) tot nu toe georganiseerd zijn. Het is inmiddels duidelijk dat al in eerdere instanties centrale middelen vanuit de UU nodig zijn geweest. Maar omdat er bij die ondersteuning niet zogenaamd noodzakelijke veranderingen als harde eis zijn gesteld, maakt dat de huidige houding rauw op het dak valt.
De FR is ten tweede onaangenaam verrast door de snelheid waarmee dit voornemen al leidt tot concrete sluiting van opleidingen. De faculteiten Geesteswetenschappen van verschillende Nederlandse universiteiten voeren overleg, sinds enige tijd, over landelijke samenwerking. De FR heeft begrepen dat het aangekondigde voornemen tot sluiting van de opleidingen een aanjagend effect heeft gehad op de gesprekken over deze landelijke samenwerking, en hoopt dan ook van harte dat dit proces niet in de wielen wordt gereden door de enorme snelheid die het Transitieplan impliceert. Maar het feit dat de sluiting van de opleidingen al in gang wordt gezet voordat er een definitief en breed gedragen oplossing is voor het mogelijk verdwijnen van de opleidingen uit Nederland baart de FR grote zorgen, en zal ook bij het advies over de URO-aanvragen een belangrijke rol spelen.
Ten derde wil de FR opmerken dat de aanname in het Transitieplan dat het voor de zichtbaarheid en de levensvatbaarheid van een discipline niet noodzakelijk is om een zelfstandige opleiding te hebben door de facultaire gemeenschap niet zonder meer wordt gedeeld. In het Transitieplan wordt te veel in het midden gelaten waar de disciplines zullen worden ondergebracht. In die zin is het een verbetering dat er met de verdere uitwerking van de plannen een drietal nieuwe opdrachten is verstrekt ten aanzien van de zes opleidingen die met sluiting worden bedreigd. Tegelijkertijd laat het ook een kwetsbaarheid zien in het Transitieplan, omdat de inrichting van het BA-portfolio zeer waarschijnlijk ook veranderingen teweeg zal brengen in de bestaande structuur van departementen en opleidingen. De FR dringt dan ook aan op een goede, expliciete uitwerking van dit punt in de diverse fases die het projectteam doorloopt.
Onderwijskundige veranderingen
Een tweede hoofdlijn in het transitieplan roept zo mogelijk nog meer vragen op, namelijk het uitgangspunt “Opleidingen delen 60 EC van hun aanbod met andere opleidingen”. De noodzaak tot het gedeelde aanbod wordt met name gelegd in het bieden van meer flexibiliteit aan zowel de vraagkant (studenten) en aanbodkant (docenten). Ook wordt er een financieel argument gegeven: het zou leiden tot minder en vollere cursussen.
Vooropgesteld, de FR vindt het een goede zaak dat het Transitieplan niet een inhoudelijke blauwdruk bevat hoe het gedeelde aanbod vorm moet krijgen, en waardeert het dat de facultaire gemeenschap inhoudelijk bij de verdere uitwerking van dit kader wordt betrokken. Maar dit voorstel zonder nadere inhoudelijke toelichting heeft tot grote onrust binnen alle lagen van de faculteit geleid, waarbij er met name grote zorgen leven over het verlies aan disciplinaire kennis. 60 EC is immers 1/3 van het volledige Bachelor-programma, en deze grote aandacht voor gedeeld aanbod zal – zo is de vrees –onherroepelijk ten koste gaan van de mogelijkheid om een stevige disciplinaire basis aan te brengen, waarop vervolgens een verdere (inter)disciplinaire verdieping kan voortbouwen. Dat hier nu meer maatwerk mogelijk blijkt te zijn stelt de FR enigszins gerust, maar zorgen blijven bestaan over de invloed van deze wijziging op de mogelijkheid tot disciplinaire diepgang.
Het tijdpad dat in het Transitieplan werd omschreven om tot nadere scenario’s te komen voor het gedeelde aanbod vindt de FR onrealistisch – die scenario’s zouden al eind januari klaar moeten zijn. Tijdens het overleg met de FR op 2 december werd dit ook door het FB onderkend. Dit heeft inmiddels een kleine verruiming gekregen in de laatste update rond het transitieplan (d.d. 9 december 2024) en dat is een goede zaak. Toch blijft de planning heel krap. De FR ziet hier de noodzaak om dit proces op de voet te kunnen volgen, en vraagt daarom het FB om een frequente inhoudelijke update over wat er in de projectgroep en de klankbordgroep wordt besproken. Uiteraard begrijpt de FR dat ze vanuit haar controlerende rol niet kan deelnemen aan de discussies en de besluitvorming binnen deze instituties, maar hij wil voorkomen dat er – net als bij het Transitieplan – pas helemaal aan het eind duidelijk is wat er in de plannen staat. Met andere woorden: het informatierecht dat de FR heeft ten aanzien van dit onderwerp zou wat ons betreft proactief ingevuld moeten worden.
De FR wil het FB op het hart drukken om bij deze enorme inhoudelijke transitie kwaliteit voor snelheid te blijven stellen, en de volle breedte van de expertise binnen de faculteit te blijven gebruiken. In die zin was de FR dan ook verbaasd dat in het Transitieplan een duidelijke link ontbreekt met het werk dat de afgelopen periode door de kernteams is verricht om op zoek te gaan naar verbindingen tussen opleidingen. Zeker nu in het Addendum op de begroting als een van de mogelijke bezuinigingsposten de middelen voor deze kernteams zijn opgenomen, maakt de FR zich zorgen dat de kennis en kunde die binnen deze kernteams de afgelopen 1,5 jaar zijn opgebouwd onvoldoende worden benut.
Bij de formele wijzigingen die deze onderwijskundige verandering met zich meebrengt in onder andere de Onderwijs- en Examenreglementen (OERen) van de diverse opleidingen spelen naast de FR ook de Opleidingscommissies een zeer belangrijke rol. Zeker omdat het hier een zeer ingrijpende verandering betreft, vindt de FR het van wezenlijk belang dat deze OC’s al vroeg in het proces betrokken worden, en gedurende het proces ook goed ondersteund worden. Tevens maakt de FR zich zorgen of het overzicht over het proces behouden blijft en bepleit met het oog daarop een nadere uitwerking van de overlegstructuur. Ook wil de FR erop aandringen dat de OC’s al vroeg in de tweede fase van het proces betrokken worden, om te voorkomen dat pas aan het eind van het traject de mogelijkheid is om onduidelijkheden aan te kaarten en input te leveren.
Proces en communicatie
Het is voor alle betrokkenen duidelijk dat het Transitieplan heeft geleid tot een grote schok binnen de faculteit, en dat door de gekozen route veel goodwill en draagvlak verloren zijn gegaan. In de gesprekken die we sinds het verschijnen van het plan met het FB hebben gehad wordt duidelijk dat het ook niet de voorkeur had om deze route te kiezen, maar dat er geen andere mogelijkheid werd gezien.
Toch hecht de FR eraan om de oorzaak voor deze situatie niet enkel bij het FB te leggen. We vinden het zeer kwalijk dat het CvB, door de opdracht op 11 juli te verstrekken en de aanvankelijke deadline op 1 september te leggen, het voor de decaan vrijwel onmogelijk heeft gemaakt om tot een (brede) consultatie binnen de faculteit te komen. Het is duidelijk dat dat een brede consultatie geen onderdeel was van de opdracht, en dat de snelheid van het proces de boventoon had. Deze route had nooit gekozen mogen worden: het verstrekken van een dergelijk ingrijpende opdracht aan het begin van de vakantieperiode en het leggen van de deadline 1,5 maand later vinden wij onacceptabel. Dat in die korte periode – die nog met een maand verlengd kon worden – vervolgens door het FB nauwelijks gebruik is gemaakt van de binnen (en buiten) de faculteit aanwezige kennis en kunde, vindt de FR zeer onverstandig. Gezien de urgentie van de opdracht en de nijpende financiële situatie was er bij de collega’s vermoedelijk begrip geweest voor het doen van een beroep op hun tijd, zeker omdat deze opdracht heeft geleid tot een ingrijpend voorstel dat iedereen in de Faculteit raakt.
We vinden het als FR vreemd dat we bij een van de meest ingrijpende wijzigingen in de structuur van onze faculteit pas zo laat en zo beperkt zijn betrokken. Bij de vergadering op 13 september jl. lag de aangepaste begroting ter instemming voor, en werd bij de instemming met die begroting vastgelegd dat er in december een Addendum op de begroting zou komen. Vragen over de inhoud van het te verschijnen Transitieplan werden tijdens die vergadering niet inhoudelijk beantwoord; pas toen het definitieve plan was ingediend en door het CvB was geaccordeerd kon de inhoud ervan met ons worden gedeeld. De vergadering van 25 oktober was het eerst mogelijke moment om het Transitieplan te bespreken. Dit gebeurde op verzoek van het FB vertrouwelijk; in een brief aan het FB hebben we voorafgaand aan de vergadering toegelicht waarom we eenmalig met die constructie hebben ingestemd.
We zien zeker dat in de uitvoering van het plan de formele governance zal worden meegenomen, en waarderen het dat we in het traject dat na het verschijnen van het plan is ingezet op tal van manieren worden geïnformeerd. Toch willen we hier opmerken dat we het betreuren dat het Transitieplan niet alsnog ter advies is voorgelegd, maar enkel ter informatie. In het memorandum dat we van JZ-UU ontvingen valt onder andere de volgende passage te lezen: “Overigens zal een college van bestuur op grond van of naast het instellingsplan nog tal van besluiten nemen van strategische betekenis voor de instelling. Ten aanzien van deze besluiten heeft de raad geen instemmingsrecht, althans niet op grond van de wet. Ten aanzien van die besluiten heeft de raad wel adviesrecht omdat het gaat om aangelegenheden die het voortbestaan van en de goede gang van zaken binnen de instelling betreffen.” Het moge duidelijk zijn dat de plannen die voortkomen uit het Transitieplan gaan over het voortbestaan van de faculteit; het expliciet betrekken van de medezeggenschap bij het proces en het vragen om een formeel advies over die plannen waren wat ons betreft op z’n plaats geweest.
Ten aanzien van de communicatie wil de FR opmerken dat de presentatie van de plannen als voldongen feiten bij heeft gedragen aan de onrust en de onvrede die binnen de faculteit leeft. Het meest concrete voorbeeld is het voornemen om zes opleidingen te sluiten. Op dit voornemen zelf zijn we al ingegaan; de FR, maar zeker ook de betrokken medewerkers en studenten hebben recht op een goede inhoudelijke en financiële onderbouwing van een dergelijk ingrijpend besluit. Hier willen we kort een opmerking plaatsen over de wijze waarop hierover in het Transitieplan wordt geschreven. Het is uiteraard zo dat uiteindelijk het FB gerechtigd is om een eventueel negatief advies van de FR over het sluiten van opleidingen naast zich neer te leggen, maar de FR vindt het verwerpelijk dat al bij het presenteren van het voornemen werd aangegeven dat dit een mogelijkheid is, daarmee implicerend dat het er uiteindelijk niet toe doet wat de FR hierover adviseert.
Terugkijkend zijn er eerder signalen geweest voor de gekozen koers in het Transitieplan. Zo is bij de werving van nieuwe UD’s expliciet in de vacaturetekst aangegeven dat deze een breed profiel dienden te hebben, en in die zin een rol konden gaan spelen bij een meer verregaande vorm van samenwerking tussen opleidingen. Ook is het begrip ‘verknoping’ geregeld gevallen bij het spreken over de verduurzamingsagenda. En ten slotte is ook de opdracht die aan de kernteams is meegegeven een indicatie gebleken voor de zoektocht naar meer samenhang tussen het cursorische aanbod van de diverse opleidingen binnen GW. Er was dus al een route ingeslagen die tot de huidige voorliggende plannen had kunnen leiden. Echter, die ingeslagen route is te lang een abstractie gebleven voor de facultaire gemeenschap, terwijl het FB bij het presenteren van het Transitieplan de voortzetting van de route als reeds bekend en geaccepteerd leek te beschouwen. Dat geldt ook voor de financiële situatie waarin de faculteit zich al langere tijd bevond. Op expliciete vragen van de FR hierover tijdens raadsvergaderingen in eerdere collegejaren is nooit zo hard gesteld dat de situatie nijpend was en dat harde ingrepen noodzakelijk waren. Het ware – zo is de indruk van de FR – beter geweest als in een eerdere fase de financiële zorgen veel explicieter gedeeld waren met de facultaire gemeenschap. De term ‘verduurzaming’ werkt in die zin verhullend; het hoofddoel is een bezuiniging die we realiseren door met minder mensen minder onderwijs te geven.
Tenslotte
De FR snapt dat het voor het proces niet zinvol is om vanaf nu steeds achterom te kijken. Gedane zaken nemen geen keer. En we zien de urgentie van de financiële situatie, en de noodzaak om te werken aan de verduurzaming. Maar de sneltreinvaart waarin dit alles nu moet gebeuren, vindt de FR nauwelijks verantwoord te noemen, en geeft het risico dat er gaandeweg onnodige schade wordt geleden. Op 13 december jl. bespraken we het Addendum op de begroting, waarin ook enkele van de financiële maatregelen die in het Transitieplan worden voorgesteld ter instemming voorlagen. Het werd eens te meer duidelijk dat daadwerkelijke financiële besparingen die nodig zijn om te komen tot een sluitende begroting langs andere wegen tot stand moeten komen dan door de transitie zoals deze wordt voorgesteld; de grootste besparingen volgen uit het schrappen van de strooitijd, het niet langer of beperkt uitkopen van onderwijs, de vacaturestop en een bezuiniging op ondersteuning. Uiteindelijk ligt de besparing in het hebben van 85 fte minder. Dit roept de vraag op waarom zo’n enorm ingrijpende inhoudelijke koerswijziging in rap tempo wordt doorgezet. De FR hecht er daarom aan om gedurende het proces in frequente dialoog te blijven met het FB, zodat we er met elkaar voor zorgen dat onze faculteit Geesteswetenschappen op een duurzame, verantwoorde en toekomstbestendige manier haar hechte, open en toegankelijke karakter behoudt.