Nieuws
Advies FR over schrappen strooitijd voor tijdelijk docenten met robuuste contracten
Advies van de FR aan het FB aangaande de strooitijd voor tijdelijke docenten
Tijdens de Faculteitsraadsvergadering van 14 februari jongstleden is gesproken over een aanscherping van een van de bezuinigingsmaatregelen uit het Addendum op de begroting van december 2024, namelijk het schrappen van strooitijd voor docenten. In december hebben FR en FB daarover met elkaar gesproken. Twee groepen zouden niet geraakt worden door deze maatregel: 1) tijdelijke docenten met een robuust contract behouden een deel van hun strooitijd en 2) tijdelijke docenten met een korter contract behouden hun ontwikkeltijd. Op 14 februari bleek dat nu ook voor tijdelijk docenten met een robuust contract de strooitijd vervalt. Ter vergadering is hier al mondeling kritisch op gereageerd door de FR. Met dit schrijven wil de raad nogmaals expliciet zijn onvrede hierover uitspreken, en oproepen tot het terugdraaien van het schrappen van strooitijd van deze specifieke groep.
Graag licht de FR toe waarom hij zeer kritisch staat tegenover het wegvallen van de strooitijd voor tijdelijke docenten. Uiteraard krijgen ook docenten met een vast contract te maken met 10% meer onderwijstaken, maar anders dan deze categorie hebben tijdelijke docenten geen vangnet in hun aanstelling om de lastenverzwaring in op te vangen. Hoewel onwenselijk biedt een vast contract met voor 40% een onderzoekaanstelling binnen de aanstelling enige uitwijkmogelijkheid. Voor tijdelijke docenten betekent elke uitloop direct onbetaald overwerk. Verder voeren tijdelijke docenten onderwijs uit dat veelal wordt voorbereid door U(H)D’s en hoogleraren. Als U(H)D’s en hoogleraren meer onderwijs gaan geven, bestaat er een risico dat binnen de cursus taken op de tijdelijke docenten worden afgewenteld.
Twee andere zorgpunten betreffen het feit dat docenten (en dus ook tijdelijk docenten) door de verschuivingen in de onderwijsbezetting vaker zullen doceren in nieuwe cursussen. Een nieuwe cursus vergt voorbereidingstijd die niet meer kan worden ondergebracht in strooitijd. Docenten zullen ook vaker verbonden zijn aan meer dan één cursus in een blok. Elk van deze cursussen komt met een web van overleg en afstemming. Ook wanneer het maar gaat om een werkgroep, hoort daar een volle ‘vaste voet’ aan overleg bij. Die extra tijd kan voor tijdelijke docenten niet uit de strooitijd worden gehaald en zal dus binnen de context van de cursus gezocht moeten worden.
Tenslotte een tweetal meer principiële punten ten aanzien van dit besluit.
Het zonder overleg of waarschuwing vooraf terugkomen op een toelichting – die sommigen als een toezegging beschouwden – bij het Addendum vindt de FR op z’n zachtst gezegd onaangenaam. Dat het bericht door ongelukkige communicatie (waar het FB zelf ook door overvallen werd) ook nog eens indirect ter ore kwam voedt bij sommige leden de ergernis over deze ingreep. Een eerder delen van dit voornemen met de FR en het daarbij meenemen van de FR in het besluit had ook hier weer het draagvlak voor de maatregel kunnen verhogen. Het is dus meer dan slordige communicatie; het voelt voor de FR als dat hij te laat is betrokken bij het besluit.
Bovendien mist de Faculteitsraad met dit besluit voor een deel de waardering voor de belangrijke directe en indirecte rol van tijdelijke docenten in de continuering van het kwalitatief hoge onderwijs en onderzoek binnen onze faculteit. Deze precair aangestelde groep vormt in zekere zin de kurk waarop het onderwijs van geesteswetenschappen op dit moment drijft. Tijdens de vergadering brachten enkele leden al ter sprake dat er een grote behoefte is om solidariteit te tonen, en de sterkste schouders de zwaarste lasten te laten dragen.
De Faculteitsraad adviseert het Faculteitsbestuur dan ook om de maatregel vooralsnog in te trekken, en er op aan te dringen dat departementsbesturen bij de bemensing van komend collegejaar de tijdelijke docenten met robuuste contracten de 5% strooitijd te laten behouden.
De Faculteitsraad