Logo Universiteit Utrecht

Faculteitsraad Geesteswetenschappen

Nieuws

FR-vergadering 30 oktober 2015

Verslag vanuit de P-geleding

Het belangrijkste punt op de agenda was het Financieel plan GW 2016-2020. Doordat in de komende jaren een tekort verwacht wordt in de begroting, wil het faculteitsbestuur in overleg met de departementsbesturen, faculteitsraad en het college van bestuur een plan ontwikkelen om ook op langere termijn financieel gezond te blijven. Door een verwacht tekort van 2,8 miljoen in 2018 moet het bestuur ingrijpende maatregelen treffen. Met name in het onderzoek wordt ruimte gezocht om de tekorten op te vangen. Lees voor meer achtergrondinformatie de discussienota. Als achtergrond voor deze nota schreef het bestuur een notitie die goed weergeeft aan welke maatregelen is gedacht en duidelijk maakt waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt. Op verzoek van de raad heeft het bestuur dit document (dat aanvankelijk vertrouwelijk was) openbaar gemaakt op intranet. Tijdens de vergadering heeft de raad over beide stukken vragen ter verduidelijking gesteld en een aantal zorgen geuit. In dit verslag lees je de belangrijkste punten.

 

Financieel plan

Voor 2016-2018 wordt in de begroting een tekort verwacht van 1,8-2,8 M€ per jaar. Dit komt door daling van de basisfinanciering als gevolg van een sterke afname van de instroom van nieuwe studenten sinds 2010, én door investering in meer docenten met een vaste aanstelling (zie ook het verslag van 19 september). Ook al is voor het eerst sinds 2010 de instroom aan het stabiliseren, het bestuur verwacht dat de dalende trend de komende jaren zal doorzetten. Met het college van bestuur is afgesproken dat GW op de middellange termijn (2016-2018) een tekort begroot, mits er een goed plan ligt om op de lange termijn financieel vitaal te worden.

 

Personeel 

GW begroot voor 2016 21 fte meer docenten in de 1ste geldstroom. Ondanks de nieuwe aanstellingen werken we nog altijd met een zeer krap teaching load model dat geen ruimte biedt voor bezuiniging. De formatie van het ondersteunende personeel (OBP) wordt begrensd op 130 fte in de 1ste geldstroom. Doordat de formatie van het wetenschappelijk personeel groeit, de OBP-formatie gelijk blijft, maar er wel meer en andere eisen aan de ondersteuning worden gesteld, is het strategisch plan van het OBP met name gericht op hoe zij onderwijs en onderzoek optimaal kunnen blijven ondersteunen. Wanneer speerpunten als internationalisering meer ondersteuning vergen, zal de OBP-formatie wel vergroot worden.

Voorgestelde beleidsmaatregelen

Het faculteitsbestuur wil het tekort in de begroting overbruggen door zowel lasten te verkleinen als baten te vergroten in:

Onderwijs

  • Instroom vergroten in de BA Geschiedenis (om het marktaandeel te versterken en als gevolg van het nieuwe tracé Internationale Betrekkingen) en BA- opleidingen met een instroom rond de 10 vergroten richting 20. Ook willen we de komende jaren de instroom van internationale studenten vergroten.
  • Uitval verlagen en rendement verhogen. De maatregelen die de afgelopen jaren zijn getroffen om de uitval te verkleinen en het rendement te verhogen (matching en tutoraat, gestructureerd BA-onderwijs) lijken vruchten af te werpen. Uit de cijfers blijkt dat de uitval verkleind is en er wordt verwacht dat die de komende jaren verder daalt. Daarnaast is een geringe stijging van het rendement in de bachelor en een meer substantiële stijging in de master te verwachten. Het mogelijke effect zien we alleen pas over enkele jaren terug in de financiën.
  • Beperking cursusaanbod. Uit analyse is gebleken dat snijden in het BA-cursusaanbod tot een beperkte bezuiniging zal leiden. In 2016 komt een evaluatie van het bachelor-model, maar die wordt vooral vanuit de inhoud benaderd. Met name de interdisciplinaire minoren en losse cursussen worden onder de loep genomen, zij zullen op programmatisch belang en instroom beoordeeld worden.

 

Onderzoek

De huidige financiering van het onderzoek draagt in belangrijke mate bij aan het financiële tekort van de faculteit, doordat:

  • Er een tekort is ontstaan van circa 1,5 M€.
  • De vraag naar onderzoeksmiddelen groeit (door de vergroting van vaste staf, matching van 2de/3de geldstroom groeit met de omzet)
  • De basisfinanciering voor het onderzoek zal niet groeien, maar naar verwachting krimpen.

Het WP houdt recht op de onderzoekstijd die via de dynamisering onderzoekstijd wordt toegekend, maar de departementen krijgen een korting in de onderzoekfinanciering die uit de externe financiering gecompenseerd moet worden. Inverdienen kan door staf op extern gefinancierde projecten te boeken, of meer budget uit overhead (huisvesting, ondersteuning) en indirecte kosten te halen. Hiermee wordt de druk om externe inkomsten te genereren bij de departementen gelegd. De departementen kunnen met budgetten tussen onderzoeksgroepen gaan schuiven en zullen bewuster moeten nadenken welke onderzoeksprojecten binnengehaald moeten worden. De raad heeft haar zorgen geuit over deze maatregel, aangezien die gevolgen zal hebben voor de dynamiek binnen de departementen. Het bestuur heeft echter ook aangegeven dat er nog wordt gewerkt aan de uitwerking van deze maatregel (zie hieronder).

Departementen kunnen meer inkomsten uit de 3de geldstroom genereren doordat het faculteitsbestuur op de directe kosten van alle 3de geldstroomprojecten een overhead van 25% zal heffen. Dit geld komt geheel ten goede aan het departement. Zo komen er meer inkomsten voor de departementen ter compensatie van de lagere bekostiging door de faculteit. Over het algemeen volgt de raad de gedachtegang van het faculteitsbestuur en kan zich vinden in deze maatregel.

Vervolgstappen

De definitieve besluiten worden eind 2015 genomen. De decaan benadrukt dat de voorstellen een richting zijn waarover gedacht wordt om de te verwachte tekorten op te vangen. Er kan bij nieuwe ontwikkelingen altijd bijgestuurd worden.

  • De inzet van het faculteitsbestuur is nu dat de korting op de bekostiging van de onderzoekstijd met de begroting van 2017 zal ingaan.
  • De invoering van facultaire overhead in de 3de geldstroom geldt voor alle projecten die na 1 januari 2016 worden ingediend.

Er komt een taskforce die nadenkt over hoe het onderzoek in de toekomst ingericht en bekostigd moet worden. De raad ziet de bevindingen van de taskforce met veel belangstelling tegemoet.

 

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen