Logo Universiteit Utrecht

Faculteitsraad Geesteswetenschappen

Nieuws

FR-vergadering 18 december 2015

Verslag vanuit de P-geleding

Naast een verdere bespreking van het Financieel Plan 2016-2020 kwamen deze vergadering onder andere Matching en het Honours Programma aan bod, en de door het faculteitsbestuur voorgestelde wijzigingen in het Universitair Register Opleidingen (URO): de Engelstalige track binnen de bacheloropleiding Geschiedenis en de te starten bacheloropleiding Philosophy, Politics and Economics (PPE).

25% overhead op derde-geldstroomprojecten
In de raadsvergadering van 30 oktober werd al gesproken over de mogelijke invoering van overheadbeleid voor derde-geldstroomprojecten. Dit voorstel is nu verder uitgewerkt en besproken met de onderzoekdirecteuren en de faculteitsraad. In januari 2016 is het overheadbeleid voor de faculteit Geesteswetenschappen officieel vastgesteld.

Het gevolg van deze verandering is dat onderzoekers voortaan voor alle derde geldstroomprojecten (EU of contractonderzoek) 25% overhead in rekening brengen. De FR vroeg of dit geen (negatieve) invloed heeft op de concurrentiepositie van onze faculteit. Het faculteitsbestuur verwacht op dit punt geen problemen: de meeste projecten worden gefinancierd vanuit de EU, waarbij die 25% al wordt berekend. Daarnaast zijn de begrotingen van onze faculteit nu meestal relatief bescheiden.

Een volgende vraag ging over het effect op de verhouding tussen onderwijs- en onderzoekstijd voor de individuele werknemer. Wordt er een minimum aantal uren voor zowel onderzoek als onderwijs gereserveerd? Het bestuur geeft aan dat deze discussie zeker nog gevoerd zal worden.

Er zijn geen plannen om te evalueren hoe de departementen met dit nieuwe beleid om gaan, hoewel het faculteitsbestuur een vinger aan de pols zal houden. Omdat het overheadbeleid ingevoerd wordt bij nieuwe projecten, zijn de uitkomsten pas op de langer termijn zichtbaar. Het FB benadrukt de autonomie van de departementen en is terughoudend met het opstellen van uniforme richtlijnen.

Matching
Na drie jaar als project onder BaMa 3.0 gaat de faculteit het matchingsproces nu opnemen in de staande organisatie. De raad besprak de afronding van het project met het faculteitsbestuur, waarbij ook enkele wijzigingen aan de orde kwamen.

De studentengeleding vroeg de vice-decaan of de vroege matching (april) een week vroeger kan. Nu valt het tijdens de collegevrije week wanneer veel studieverenigingen op excursie zijn. Als de matching in de reflectieweek plaatsvindt kunnen meer studenten betrokken zijn bij de organisatie en ondersteuning bieden bij de activiteiten. Er wordt afgesproken dat dit waar mogelijk aangepast wordt.

De groep matchers in augustus blijft een lastige. Er is veel no-show, maar daar staat tegenover dat van de uiteindelijke deelnemers 90% met de opleiding begint, tegenover 65-75% in april/juni. Het lijkt dat deze groep de beslissing eigenlijk al heeft genomen, en matcht omdat dit nu eenmaal verplicht is, terwijl twijfelaars afgeschrikt worden. Dit zou een aanleiding kunnen zijn om een andere programma-invulling te kiezen, bijvoorbeeld één die meer concreet voorbereidt op de start van de opleiding. De eisen voor matchers in augustus blijven hetzelfde als in april en juni.

De resultaten van de matching zijn nog moeilijk te bepalen, omdat ook andere factoren invloed hebben op het gedrag van studenten. In ieder geval is de uitval sinds de start van het project teruggebracht met 10%.

Wat wil de faculteit met het Humanities Honours Programma?
Het CvB laat de faculteiten erg vrij in de invulling van de Honours Programma’s, maar het is de raad niet duidelijk wat het faculteitsbestuur zelf voor ogen heeft. De vice-decaan geeft aan dat alles open ligt voor discussie over de toekomst van het HHP. De mogelijkheden worden onderzocht door een werkgroep waar een student en medewerker uit de Commissie Onderwijs van de FR aan deelnemen, en waar huidige Honours studenten bij betrokken worden.

URO wijzigingen december 2015
Twee maal per jaar kunnen de faculteiten wijzigingen doorgeven aan het Universitair Register Opleidingen (URO). Voor de certificeringsronde van december 2015 heeft het faculteitsbestuur voorstellen ingediend bij het CvB om een Engelstalige track te starten binnen de bacheloropleiding Geschiedenis en voor de nieuwe bacheloropleiding Philosophy, Politics and Economics (PPE).

Tijdens de raadsvergadering is gesproken over de eisen aan Engelse taalvaardigheid van studenten bij beide programma’s. In januari start een werkgroep die dit verder vorm gaat geven, en zal kijken welke ondersteuning studenten en docenten nodig hebben tijdens de programma’s. Ook voor de inhoudelijke invulling zijn er gevolgen: hoe gaat de opleiding Geschiedenis in de Engelstalige track bijvoorbeeld om met bronnenonderzoek in (Nederlandstalige) archieven?

De komst van Engelstalige programma’s leid ook tot de vraag wat de gevolgen zijn voor het onderwijs als geheel: komt er in de toekomst meer Engelstalig onderwijs en betekent dit dat Nederlandstalige opleidingen verdwijnen? Het faculteitsbestuur antwoordt hierop dat de UU met name voor de masteropleidingen een sterk aanbod in het Engels wil, maar dit bij de bachelors niet de ambitie is, hoewel toegankelijkheid voor internationale studenten wel aangemoedigd wordt.

Vanuit de S-geleding is gevraagd naar de toegankelijkheid van de cursussen van PPE voor bijvakkers. Er is onduidelijkheid ontstaan doordat studenten TCS en LAS wél toegang hebben, maar andere studenten niet. De vice-decaan geeft aan dat voor studenten buiten de opleiding een minor PPE beschikbaar komt, die ook als hoofdrichting kan dienen.

PPE wordt gefinancierd vanuit het focusgebied Instituties, en door de faculteiten GW en REBO.

 

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen